WIN EEN VOLLE TANK BENZINE!

De KNMV Facebookpagina heeft bijna 1000 likes! Om deze mijlpaal alvast te vieren, maak je op onze fanpagina kans op een TOTALtankpas t.w.v. € 25. Dat is een bedrag wat bij de meeste motorfietsen gelijk staat aan een volle tank benzine!

Ga snel naar www.facebook.com/motorbondKNMV, deel de speciale actiebanner op je eigen Facebookprofiel én zorg ervoor dat je de KNMV-pagina hebt geliked. Vinden wij leuk! Kijk voor meer details op: http://bit.ly/Mgiww8.

Bron: KNMV.NL

Minister Schultz wil systeem medische keuringen versnellen en vereenvoudigen

Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) wil het systeem van medische keuringen voor het rijbewijs sterk vereenvoudigen en de procedures aanzienlijk versnellen.

Het CBR start met een proef waarbij beroepschauffeurs op één locatie op dezelfde dag alle benodigde medische onderzoeken kunnen krijgen. Daarnaast komt er onderzoek naar de mogelijke afschaffing van de seniorenkeuring en bekijkt het CBR of medische keuringen vaker vervangen kunnen worden door een rijtest. Met de maatregelen reageert de minister op het onderzoek dat het bureau Andersson Elffers Felix in haar opdracht heeft gedaan naar de procedures voor de medische beoordeling van de rijvaardigheid en geschiktheid voor het rijbewijs. Het onderzoek, dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd, wijst uit dat het Nederlandse systeem deugdelijk is opgezet. Tegelijkertijd zijn er volgens het onderzoeksbureau wel verbeteringen mogelijk waarmee de procedures sneller, eenvoudiger en duidelijker voor burgers worden. Minister Schultz: “Mijn streven is dat we een transparant systeem hebben van medische keuringen bij het rijbewijs waarbij we de burger niet onnodig belasten en geen strengere eisen stellen dan nodig is voor de verkeersveiligheid of wat Europa ons voorschrijft. Dit onderzoek geeft mij concrete handvatten om hier verder invulling aan te geven.” Volgens het onderzoek kan een zogeheten ‘one stop center’ mogelijk bijdragen aan snellere en efficiëntere keuringen. Als alle medische keuringen op één locatie kunnen plaatsvinden, kan de chauffeur in één dag in plaats van de huidige maximaal 16 weken uitsluitsel krijgen over zijn of haar rijgeschiktheid. De proef van het CBR moet uitwijzen of deze werkwijze in praktijk mogelijk en ook betaalbaar is. Met name voor mensen die beroepshalve een rijbewijs nodig hebben, kan het aantrekkelijk zijn, aldus de minister. Daarnaast wil de minister dat het CBR nog dit jaar bekijkt of rijtesten vaker de medische keuring kunnen vervangen. Voor een beoordeling van geschiktheid moeten burgers nu een aantal stappen doorlopen en mogelijk meerdere keuringen krijgen. Dat kost tijd en geld. Waar dit uit oogpunt van verkeersveiligheid kan, wil de minister dat het CBR kijkt naar de feitelijke winst die vervanging van de medische keuring door een rijtest oplevert. In de brief aan de Tweede Kamer geeft de minister aan dat Nederland met de verplichte seniorenkeuring een kop op de Europese regelgeving heeft. In aanvulling op het wetsvoorstel dat voorziet in een verhoging van de keuringsleeftijd van 70 naar 75 jaar neemt de minister de aanbeveling over om te kijken naar de effecten van een afschaffing van de seniorenkeuring. Uit dit onderzoek moet blijken op welke andere manieren de verkeersveiligheid geborgd kan worden. “Een beslissing over de seniorenkeuring vergt een zorgvuldige afweging tussen vermindering van de lasten voor burgers en de effecten op de verkeersveiligheid”, aldus de minister. Regisseur De minister heeft het CBR de opdracht gegeven nadrukkelijker de rol van regisseur van de procedures rondom de medische keuringen op te pakken. Het CBR gaat burgers, huisartsen en specialisten op elk moment in het proces actief informeren. Naast de klantenservice waar burgers terecht kunnen met vragen over de procedure, doorlooptijden en kosten, komt er bij het CBR ook een direct aanspreekpunt voor keuringsartsen. Zij kunnen dan snel een antwoord op specifieke vragen krijgen zodat ze klanten sneller en beter kunnen helpen. Daarnaast maakt het CBR met de beroepsgroepen van artsen afspraken voor verbetering van de kwaliteit van de keuringen en de keuringsrapporten. In de brief kondigt de minister verder aan dat er een structurele samenwerking met de Gezondheidsraad komt waardoor regelgeving op basis van de nieuwste inzichten periodiek kan worden aangepast. Op verzoek van de minister zal de Gezondheidsraad in eerste instantie prioriteit geven aan een advies over de verplichte periodieke herkeuring voor stabiele aandoeningen zoals ADHD.

Bron: Rijksoverheid.nl

Bedankt Taart!

Er zijn weleens van die dagen: Sonja Bakker of dokter Frank zouden daar eigenlijk een oogje voor toe moeten knijpen. Maandag 21 mei was er zo een.

Er zijn van diekandidaten die zo blij zijn met hun net behaalde rijbewijs en willen dit laten blijken met “iets”. En dat “iets” was gisteren een geweldige unieke taart.

Angelique, bedankt voor deze heerlijke taart!

Voeren van verlichting

Voeren van verlichting

Welke verlichting moet gevoerd worden en welke verlichting mag gevoerd worden.

Art. 32 en 33: Verlichting bij het rijden.

Bestuurders van een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets en een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, moeten dimlicht voeren bij:

  • dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd;
  • nacht.

Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en niet is voorzien van een gesloten carrosserie voeren alsdan de in artikel 5.18.43, eerste lid, van de Regeling Voertuigen bedoelde lichten.

Het voeren van groot licht is toegestaan behalve bij:

  • dag;
  • tegenkomen van andere weggebruikers;
  • op korte afstand volgen van een ander voertuig.

Achterlicht en de kentekenverlichting moet branden bij:

  • groot licht,
  • dimlicht,
  • stadslicht of
  • mislicht.

Art. 33 Verlichting aanhangwagens

Gekoppelde aanhangwagens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht, achterlicht, verlichting van de achterkentekenplaat en de in art. 5.12.51 en art. 5.13.51 van de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren.

Het half uur voor zonsondergang en na zonsopkomst is dus vervallen. Binnen de bebouwde kom mag nu ook met groot licht worden gereden.

Bij het besluit van 27 mei 1999, houdende wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer met betrekking tot de uitvoering van het Startprogramma Duurzaam Veilig (Stb. 268) is artikel 32 RVV 1990 aangevuld in die zin dat ook bestuurders van gehandicaptenvoertuigen verplicht zijn bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht dimlicht te voeren.

Het argument voor deze aanvulling was dat gehandicaptenvoertuigen op grond van het Vtr moeten zijn voorzien van groot licht en dimlicht. Dit is echter niet helemaal correct. Het Vtr bevat die verplichting in artikel 5.10.51 alleen ten aanzien van gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor of een elektromotor en voorzien zijn van een gesloten carrosserie.

In artikel 5.18.43 regeling voertuigen wordt ten aanzien van gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een elektromotor en die niet zijn voorzien zijn van een gesloten carrosserie bepaald dat die moeten zijn voorzien van licht(en) en achterlicht(en). Verder is in artikel 5.1.5 regeling voertuigen bepaald dat gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie ook ten aanzien van de verlichting moeten voldoen aan de eisen die voor bromfietsen zijn gesteld. Tot slot zijn in het geheel geen verlichtingseisen gesteld aan gehandicaptenvoertuigen zonder motor.

Bovendien is de verplichting niet van toepassing op gehandicaptenvoertuigen die van het voetpad of het trottoir gebruik maken en die van het ene naar het andere voetpad of trottoir oversteken. Het RVV 1990 ging daarmee in artikel 32 ten aanzien van bestuurders van een gehandicaptenvoertuig zonder noodzaak veel verder dan het regeling voertuigen.

Door de wijziging van artikel 32 RVV 1990 en artikel 5.1.5, tweede lid, regeling voertuigen is dit onnodige verschil gecorrigeerd. Uiteraard is het de bedoeling dat bestuurders van gehandicaptenvoertuigen bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht deze verlichting voeren. De verplichting om verlichting te voeren is daarbij niet beperkt tot weggedeelten bestemd voor voertuigen, maar geldt ook voor die weggedeelten waarop zich uitsluitend voetgangers bevinden, zoals bijvoorbeeld voetgangersgebieden in binnensteden en voetpaden in parken.

Art. 34: Gebruik mistlicht.

Bestuurders van motorvoertuigen en gehandicaptenvoertuigen mogen mistlicht aan de voorzijde voeren bij:

  • mist
  • sneeuwval
  • regen,

die het zicht ernstig belemmert. In dat geval hoeven die bestuurders geen dimlicht te voeren.

De omstandigheid “die het zicht ernstig belemmert” geldt voor alle drie weertypen, dus zowel voor mist, sneeuwval en regen.

Het mistachterlicht mag gevoerd worden bij:

  • mist
  • sneeuwval

die het zicht tot een afstand van minder dan 50 meter beperkt.

Bij regen mag dus het mistachterlicht niet worden gebruikt, omdat dit onder die omstandigheid verblindend werkt. De omstandigheid “die het zicht tot een afstand enz.” geldt voor beide weertypen, dus zowel voor mist als sneeuwval.

Artikel 34, eerste lid, RVV 1990 staat het bestuurders van een motorvoertuig en van een gehandicaptenvoertuig toe bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert, mistlicht aan de voorzijde van het voertuig te voeren. Bij het voeren van mistlicht kan het voorkomen dat de bestuurder daarbij door de weerschijn van het eigen dimlicht wordt verblind. Daarom hoeft de bestuurder bij deze weersomstandigheden indien hij mistlicht aan de voorzijde van het voertuig voert, geen dimlicht te voeren.

Art. 35: Verlichting fietsers, wagen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor.

  1. Fietsers voeren tijdens het rijden bij nacht of bij dag indien het zicht ernstig wordt belemmerd, verlichting overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid.
  2. Een fiets op twee wielen en een fiets op drie wielen met één voorwiel moeten zijn voorzien van een wit of geel licht dat aan de voorzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder een wit of geel licht voert op zijn borst.
  3. Op een fiets op meer dan twee wielen met twee voorwielen moeten aan de voorzijde twee witte of twee gele symmetrisch links en rechts van het midden bevestigde lichten worden gevoerd.
  4. Een fiets moet zijn voorzien van een rood achterlicht dat aan de achterzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder of een achter de bestuurder gezeten passagier een rood licht voert op zijn rug.
  5. Een fiets mag zijn voorzien van twee ambergeel licht stralende richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde.
  6. Er mogen niet meer lichten worden gevoerd op een fiets, door de bestuurder daarvan of door een achter de bestuurder gezeten passagier dan de in het tweede tot en met vierde lid genoemde lichten.

Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, dat niet is uitgerust met een motor, worden verplicht bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, of bij nacht voor- en achterlicht te voeren indien zij gebruik maken van de rijbaan, het fietspad of het fiets/bromfietspad. De verplichting is ingevoerd omdat het vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid wenselijk is deze bestuurders zichtbaar te maken voor de overige bestuurders op het fietspad en het fiets/bromfietspad.

Art. 35a: Eisen verlichting

  1. De in artikel 35 bedoelde verlichting mag andere weggebruikers niet verblinden.
  2. De in artikel 35 bedoelde verlichting mag niet knipperen.
  3. De in artikel 35 bedoelde verlichting moet:
    1. aan de voorzijde voortdurend zichtbaar zijn voor tegemoetkomende weggebruikers;
    2. aan de achterzijde voortdurend zichtbaar zijn voor van achteren naderende weggebruikers.

Artikel 35b

  1. Bestuurders van een wagen voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, of bij nacht dimlicht en achterlicht.
  2. Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, dat niet is uitgerust met een motor, voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, of bij nacht voor- en achterlicht indien zij gebruik maken van de rijbaan, het fietspad of het fiets-/bromfietspad.

Art. 36: Verlichting ruiters en begeleiders van vee.

Ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee moeten bij:

  • dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
  • nacht

een lantaarn meevoeren met naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht.

Art. 37: Verlichting colonnes.

Door voetgangers gevormde colonnes en optochten moeten buiten de bebouwde kom bij:

  • dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
  • nacht

aan de linkervoorzijde wit of geel licht voeren en aan de achterzijde rood licht.

Beide lichten moeten naar alle richtingen uitstralen.

Binnen de kom geldt deze regel niet vanwege voldoende straatverlichting.

Art. 38, 39 en 40: Verlichting stilstaande voertuigen

Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen die buiten de bebouwde kom stilstaan op:

  • de rijbaan
  • langs auto(snel)wegen gelegen
    • parkeerplaatsen
    • parkeerhavens
    • vluchtstroken
    • vluchthavens

moeten bij:

  • dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd
  • nacht

stadslicht en achterlicht voeren.

Art. 39

Stilstaande aanhangwagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht en het in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren.

Art. 40

Stilstaande wagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht voor- en achterlicht voeren..

Binnen de kom gelden deze regels niet vanwege voldoende straatverlichting en de lagere snelheid waarmee wordt gereden.

Art. 41: Bijzondere lichten

  1. Onverminderd artikel 32, eerste lid, mogen bestuurders van een motorvoertuig bij dag dagrijlicht voeren. Het dagrijlicht wordt niet tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde van het voertuig gevoerd.
  2. Bestuurders van een motorvoertuig mogen tegelijk met dimlicht of mistlicht aan de voorzijde bermlicht, bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, markeringslichten of staaklichten voeren.

Bij het voeren van groot licht mag alle verlichting al gevoerd worden. Dit hoeft hier dus niet genoemd te worden.

Bij het besluit van 31 augustus 1999, houdende wijziging van het Voertuigreglement met betrekking tot verlichting (Stb. 394) is artikel 5.2.57 van het Vtr gewijzigd in die zin dat personenauto’s mogen zijn voorzien van dagrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262). Daarbij is over het hoofd gezien ook het RVV 1990 dienovereenkomstig te wijzigen.

De betrokken wijziging van artikel 41, eerste lid, RVV 1990 heeft deze omissie hersteld. Hierbij wordt opgemerkt dat de dagrijlichten alleen bij dag mogen worden gevoerd. Bij schemer, duisternis, slecht zicht overdag en in tunnels moet in plaats van het dagrijlicht het dimlicht worden gevoerd.

Artikel 41a: Verlichte transparanten

  1. Verlichte transparanten die informatie bieden over de bestemming of het gebruik van het voertuig mogen worden gevoerd door:
    1. personenauto’s, bedrijfsauto’s en motorfietsen:
      1. in gebruik bij de politie;
      2. in gebruik bij de brandweer;
      3. in gebruik bij pechhulpdiensten;
      4. in gebruik bij Rijkswaterstaat;
      5. die worden gebruikt door artsen;
      6. die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggenvan een rijproef;
      7. die worden gebruikt door ambulancediensten waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer een vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer;
      8. van hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van óf een centrale post als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer óf een centrale post voor het ambulancevervoer als bedoeld in artikel 4, eerst lid, onder a, van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bezig houden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening;
    2. autobussen van openbaar vervoerdiensten;
    3. bedrijfsauto’s van transportbegeleiders;
    4. personen- en bedrijfsauto’s ingericht als dierenambulance;
    5. taxi’s.
  2. Personenauto’s, bedrijfsauto’s en motorfietsen die worden gebruikt voor het geven van rijonderricht of het afleggen van een rijproef mogen slechts zijn voorzien van een verlicht transparant die de ingevolgde het Reglement rijbewijzen voorgeschreven letter «L» weergeeft.
  3. Onverminderd het eerste lid mogen:
    1. verlichte transparanten die worden gevoerd door de voertuigen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° en onderdeel c, aanwijzingen weergeven voor het overige wegverkeer,
    2. taxi’s zijn voorzien van verlichte transparanten die de volgende informatie weergeven:
      1. tarieven;
      2. naam van het taxibedrijf; en
      3. telefoonnummer van het taxibedrijf.
  4. Taxi’s die zijn voorzien van verlichte transparanten die tarieven weergeven, mogen deze verlichting slechts voeren wanneer zij zich op een taxistandplaats bevinden.
  5. Verlichte transparanten worden niet gevoerd door andere voertuigen dan genoemd in het eerste lid en worden niet gevoerd op een andere wijze dan bepaald in het eerste tot en met vierde lid.

Aanhouding Nieuwkoopse scooterrijder na verkeersconflict

 
 De politie heeft vrijdagavond 4 mei een 54-jarige man uit Nieuwkoop aangehouden na een mishandeling op het Zuideinde.

Volgens getuigen reed de verdachte met zijn scooter slingerend over het Zuideinde en kreeg van een tegemoetkomende automobilist ruimte om te passeren. De scooterrijder raakte bij het passeren de buitenspiegel van de auto. Er ontstond een woordenwisseling en de automobilist, een 21-jarige Nieuwkoper, werd daarbij meerdere keren geslagen. De verdachte kon kort daarna in zijn woning aangehouden worden.

Bron: politie.nl


Honderden automobilisten rijden nu al rond met alcoholslot

Bron: Verkeerspro.nl

alcoholslot, automobilist, verkeer, auto

Een half jaar na de invoering van het alcoholslot is het apparaat in 284 auto’s ingebouwd en rijden er 203 automobilisten mee rond. 414 Bestuurders hebben zich aangemeld voor het motivatieprogramma. Het CBR heeft nu al bij 1735 automobilisten vastgesteld dat ze alleen nog mogen rijden met het alcoholslot.

Deelnemers aan het programma ASP hebben een rijbewijs met code 103, die aangeeft dat je alleen in een auto met alcoholslot mag rijden.

Promillage

Wie sinds 1 december in de auto betrapt wordt met een promillage van 1,3 en wordt betrapt, heeft kans op een alcoholslot. Voor beginnende bestuurders is de grens 1 promille en recidivisten zijn de klos vanaf 0,8 promille.

Deze drankrijders moeten minimaal twee jaar met het slot rondrijden en meedoen aan een motivatieprogramma. Dat is een cursus van drie dagen waarin automobilisten ‘leren een scheiding te maken tussen het gebruik van alcohol en het besturen van een motorrijtuig’.

Alcoholdoden

Bestuurders met een alcoholgehalte boven de 1,3 promille maken slechts één vijfde uit van alle overtreders, maar zijn verantwoordelijk voor vier vijfde van alle alcoholdoden.  Als het gaat om een leaseauto dan kan het apparaat ook daarin gebouwd worden. Dat geldt niet voor vrachtauto’s en bussen.

Wie weigert mee te doen aan het ASP raakt zijn rijbewijs kwijt en kan pas na vijf jaar een nieuwe aanvragen. Om dat te krijgen, moet hij alsnog meedoen aan het ASP.

  Om een auto met alcoholslot te kunnen starten moet de bestuurder via een buisje in het apparaat blazen. Blaast hij boven de 0,2 promille, dan start de auto niet.

Blazen

Ook tijdens het rijden moet men blazen. Doe je dat niet of blaas je boven de 0,2 promille, dan slaat de auto af. Wel heb je voldoende tijd om een stopplek te vinden, meldt Metro. De totale kosten voor het ASP komen op ongeveer op 4000 euro voor de twee jaar dat men aan het ASP moet meedoen.

Smallere rijstroken door dubbele asstreep zijn zeker zo veilig

Bron:Verkeerspro.nl

Dubbele asstreep, rijstrook, N-weg

Als rijstroken worden versmald door middel van een dubbele asstreep, worden voertuigen iets meer naar de buitenkant van de weg gedirigeerd. Dat leidt echter niet tot significant meer overschrijdingen van de kantmerking. Het is wel veiliger voor tegenliggers. Dat blijkt uit onderzoek van DTV Consultants in opdracht van de provincie Zuid-Holland.

Rijstroken met zo’n dubbele asstreep zijn 2,75 meter breed in plaats van 3,10 meter. Nergens was sprake van een kritieke overschrijding van de kantmarkering, voertuigen houden gepaste afstand tot de wegkant.

Rijstrookbreedte

Het bureau onderzocht met een camera het verschil tussen een weg met rijstroken van 2,75 meter en een 80 cm brede asstreep. De andere weg had een rijstrookbreedte van 3,05 meter en een asstreep van 20 centimeter.

Vrachtverkeer rijdt wel vaker over de kantmarkering dan bij een weg met rijstroken van 3,00 meter. Verder wordt de asmarkering vaker overschreden dan bij profielen met een rijstrookbreedte van 3,00 meter of meer, maar voertuigen blijven wel verder van ‘as’ van de weg vandaan rijden.

Rijbaanscheiding

Het advies aan Zuid-Holland luidt daarom dat men verder kan gaan met implementatie van bredere rijbaanscheiding en rijstroken van 2,75 m, meldt Verkeersnet.

Motorkeuring

Foto: KNMV

Foto: KNMV

Motorkeuring

Motorrijden is leuk, maar moet wel veilig zijn. Met name bij aankoop of verkoop van een tweedehands motor is de technische staat van de occasion erg belangrijk. Laat om hiervan zeker te zijn jouw (droom)motor keuren door een onafhankelijk expert. Leden van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) ontvangen bij deze keuring 10% korting!

Tijdens de keuring wordt de motor grondig nagelopen. Dat betekent dat je een betrouwbaar en deskundig oordeel krijgt door een onafhankelijke keurmeester. Er wordt o.a. gekeken naar het kentekenbewijs, de remmen, wielen, banden, lagers, vering, aandrijving, motorblok, bedienings elementen, elektrisch gedeelte, schade en onderhoud. Tevens wordt er een uitgebreide proefrit gemaakt. Uiteraard wordt er tijdens de keuring nadrukkelijk gelet op veiligheid en juiste werking van alle onderdelen.

Kilometerstand Het keuringsbedrijf is als één van de eerste bedrijven in de motorbranche, NAP-gecertificeerd (Nationale Autopas). Hoewel de naam anders doet vermoeden, staan in die database ook de kilometerstanden van motoren vermeld. Bij elke motorkeuring wordt deze database geraadpleegd. Zo kom je als klant te weten of de kilometerstand wel de juiste is en of het voertuig niet als gestolen geregistreerd staat.

De resultaten van de keuring worden niet alleen met jou besproken, je krijgt ook nog een uitgebreid keurrapport opgestuurd via e-mail. Zo weet je dus precies waar je aan toe bent. Het is niet noodzakelijk om zelf bij de keuring aanwezig te zijn, de keurmeester brengt je desgewenst telefonisch op de hoogte van zijn bevindingen. Een waardebepaling kan gegeven worden aan de hand van de gegevens uit het ANWB/Bovag koerslijstenboekje.

De keuring wordt uitgevoerd op locatie door Erik van Lent. Onze keurmeester komt gewoon naar je toe, je dealer of de plek waar de motorfiets staat en kan tevens plaatsvinden zonder dat je er zelf bij aanwezig hoeft te zijn. Dat bespaart weer een hoop tijd!  KNMV-leden ontvangen 10% korting op het keuringstarief (exclusief reiskosten enkele afstand).
Maak een afspraak Ga voor meer info en het maken van een afspraak naar www.erikvanlent.nl.

Bron: KNMV.NL

Verkeerscampagne voor motorrijders in Eifel


De Duitse bochtenspaghetti trekt jaarlijks vele Nederlandse motorrijders

De Duitse bochtenspaghetti trekt jaarlijks vele Nederlandse motorrijders

Verkeerscampagne voor motorrijders in Eifel

Samen met de Duitse collega’s in Trier maant de politie van de regio Limburg-Zuid motorrijders tot voorzichtigheid op onbekend terrein. Met name diegenen die na een tocht door Nederland al enigszins vermoeid beginnen aan hun rit door de Eifel.

Die omgeving is onder motorrijders bekend en geliefd om de prachtige routes en mooie bochtige wegen. Vanwege het grote aantal ongevallen met gewonden en dodelijke slachtoffers (29 in 2011) waarschuwt de politie van het Polizeipräsidium Trier op de gevaren die ontstaan bij te hard rijden.

In samenwerking met de Duitse collega’s is er een folder gemaakt onder de titel ‘Motorrijden in de Eifel – natuurlijk, maar wel veilig!. De politiediensten hopen te bereiken dat er minder ongevallen zullen zijn waarbij motorrijders betrokken raken, dat het aantal ongevallen met zwaar letsel of dodelijke afloop afneemt en dat motorrijders verkeersveilig rijgedrag vertonen.

De folder sluit af met de tips: – Volg een ‘korte aangepaste rijopleiding’ na de winterstop. Zeker als beginnend bestuurder – Altijd uw snelheid aanpassen aan het overige verkeer – Draag veilige, zichtbare en functionele motorkleding – Controleer de werking van alle belangrijke functies (van de motorfiets, red.) voordat u vertrekt – Neem nooit risico’s bij ritten in groepsverband

Bron: KNMV.NL

Aantal verkeersdoden neemt weer toe: stijging met 3,3%

Bron: Verkeerspro.nl

ongeval, ongeluk, berm

Voor het eerst in jaren is het aantal verkeersdoden toegenomen. In 2011 kwamen 661 mensen om in het verkeer. Dit is 3,3 % meer dan de 640 dodelijke slachtoffers in 2010.  Vooral onder oudere fietsers vielen meer slachtoffers. Ook doen de gemeentelijke wegen het niet best. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) heeft deze cijfers donderdag bekend gemaakt op het Nationaal Verkeersveiligheidscongres.

Minister Schultz: ‘Na de bovengemiddelde daling van het aantal verkeersdoden in 2010 is het aantal slachtoffers in 2011 helaas toegenomen. Nederland blijft een van de meest verkeersveilige landen ter wereld. Toch beschouw ik dit als een belangrijke waarschuwing. Met provincies en gemeenten zetten we in op een verdere verbetering van de verkeersveiligheid, waarbij de veiligheid van ouderen en fietsers extra aandacht verdient.’

Leeftijd

In 2011 lag het aantal verkeersdoden onder 65-plussers op 269. Dit zijn er 60 meer dan in 2010. De toename van het aantal verkeersdoden komt daarmee geheel voor rekening voor deze groep ouderen. Het aantal doden in de leeftijd 20 tot 65 jaar daalde in 2011 met 11%.

Net als in voorgaande jaren vielen de meeste dodelijke slachtoffers op een gemeentelijke weg. Op rijkswegen is het aantal verkeersdoden afgenomen ten opzichte van 2010. In 2011 viel 12% van het totaal aantal geregistreerde verkeersdoden op rijkswegen. Op wegen van gemeenten, provincies en de waterschappen ging het om respectievelijk 63, 22 en 3% van het totaal aantal geregistreerde dodelijke slachtoffers.

Maximumsnelheid

Op wegen met een maximumsnelheid van 50 km per uur steeg het aantal doden van 162 in 2010 naar 200 in 2011, een toename van 23%. Op wegen waar niet harder dan 15 km per uur mag worden gereden, steeg het aantal doden van 2 naar 5.

Op 120-, 100-, en 80-kilometerwegen nam met aantal dodelijke slachtoffers af met respectievelijk 12, 55 en 5%. Ook het aantal slachtoffers op de 30 km-wegen nam af, van 32 naar 25 in 2011. Op de 60 en 70 km-wegen bleef het aantal dodelijke slachtoffers nagenoeg gelijk. Op de acht trajecten waar sinds vorig jaar 130 km mag worden gereden is vorig jaar één dodelijk verkeersslachtoffer geregistreerd. Het betrof hier een ongeval met een voetganger op de afrit van de snelweg.

Vervoerswijze

Onder fietsers nam het aantal dodelijke verkeersslachtoffers het sterkst toe. Het aantal slachtoffers nam toe met 23 % (van 162 naar 200). Bij 65-plussers was dit 38% (van 93 naar 128). Het aantal doden onder bestuurders van gemotoriseerde invalidenvoertuigen (scootmobielen, elektrische rolstoelen en gehandicaptenvoertuigen met gesloten carrosserie) steeg van 23 in 2010 naar 31 in 2011. Van de slachtoffers was  80% 65-plusser. Onder inzittenden van personenauto’s en motorrijders zette de dalende trend van voorgaande jaren door. Het dodental onder voetgangers bleef nagenoeg gelijk (van 72  naar 74). Wel steeg het aandeel 65-plussers in die groep.

In 2011 vielen er vooral onder jongere verkeersdeelnemers minder doden. Onder inzittenden van personenauto’s in de leeftijd van 18 tot 25 jaar nam het aantal dodelijke slachtoffers met 9 % het sterkste af. Het aantal dodelijke slachtoffers onder motorrijders daalde van 63 in 2010 naar 52 in 2011, een afname van 17%. Het aantal doden onder brom- en snorfietsers steeg in 2011 van 39 naar 43. Onder de groep 16-17 jarigen daalde het aantal slachtoffers.

Maatregelen

De problematiek van ouderen en fietsers ligt met name op het onderliggende wegennet. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu is in overleg met de decentrale overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten en marktpartijen over extra maatregelen om de veiligheid voor deze groepen verkeersdeelnemers verder te verbeteren. Het huidige Strategische Plan Verkeersveiligheid 2008-2020 wordt daarvoor aangevuld.

In het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008-2020 is vastgelegd dat het aantal verkeersdoden in 2020 op maximaal 500 moet liggen. Het kabinet geeft in het beleid prioriteit  aan een harde aanpak van notoire, grove verkeersovertreders en aan meer bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers.

Alcoholslot

Maatregelen die genomen zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren zijn bijvoorbeeld de mogelijkheid voor begeleid rijden voor beginnende bestuurders (2toDrive), de recidiveregeling (puntenrijbewijs) en het Alcoholslotprogramma. Voor oudere verkeersdeelnemers is afgelopen jaar het programma Blijf Veilig Mobiel gecontinueerd.

Ter verbetering van de fietsveiligheid zijn vorig jaar samen met het Fietsberaad handvatten voor wegbeheerders opgesteld om de wegen veiliger te maken voor fietsers en zijn er vier proeven gestart. Via de Nationale Onderzoeksagenda Fietsveiligheid – waarvoor IenM een van de initiatiefnemers is – wordt de komende jaren extra onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor een verdere verbetering van de verkeersveiligheid.

Lees ook: SWOV: nog geen conclusies trekken uit aantal verkeersdoden

verkeersdoden

verkeersdoden

verkeersdoden

Eisen examenvoertuigen voor de rijbewijscategorie A, in de Derde Europese Rijbewijsrichtlijn die ingaat per 19 januari 2013

Bron:BOVAG.NL

Dit bericht betreft de eisen aan examenvoertuigen voor de rijbewijscategorie A, in de Derde Europese Rijbewijsrichtlijn die ingaat per 19 januari 2013.

Wij vragen uw aandacht voor de factsheet ‘Rijbewijs Categorie A’ (klik hier). Deze factsheets/overzichten zijn afkomstig van het ministerie van I&M.
Op pagina 2 staat dat een examenvoertuig van de categorie A onbeperkt een vermogen moet hebben van tenminste 40 kW. Dat is de huidige ondergrens voor de zwaarste A categorie.
De Europese Commissie overweegt echter om die ondergrens te verhogen naar 50 kW. Hierover wordt rond de komende zomer (op zijn vroegst) een beslissing verwacht.

BOVAG heeft hierop voorgesteld om een overgangsperiode van 5 jaar in te lassen, waarbij over maximaal 5 jaar alle examenvoertuigen van de zwaarste A categorie minimaal 50 kW vermogen moeten hebben. Tot die tijd zou tenminste 40 kW dan ook nog zijn toegestaan. I&M gaat dit BOVAG-voorstel meenemen in de onderhandelingen met de Europese Commissie. De uitkomst daarvan staat uiteraard niet vast.

Rijscholen die in de komende periode willen investeren in nieuwe lesmotoren voor de zwaarste A categorie, geven wij daarom in overweging om veiligheidshalve een A motor van tenminste 50 kW aan te schaffen.

Zoals ook in onze Infomail van 17 februari jongstleden  wordt gemeld, mag de opleiding voor een bepaalde rijbewijscategorie worden gevolgd met een voertuig dat past bij de zwaardere categorie. Het examen moet echter worden afgelegd met het voertuig dat past bij de categorie waarvoor examen wordt gedaan. Dat betekent dat rijscholen in principe zullen moeten investeren in aparte examenvoertuigen voor A1, A2, en A. In de lessituatie mag een A1-leerling echter wel op een A2-motor rijden, etc. Dit levert een grote vrijheid en flexibiliteit op bij het plannen van rijopleidingen.

Mevrouw Elise de Zwart van het ministerie van I&M zal de laatste stand van zaken rond de 3e ERR toelichten op het BOVAG Rijscholen Congres op 7 mei 2012 in Utrecht. Het ministerie is bezig met het actualiseren van de (onderstaande) factsheets. Zodra deze gereed zijn, zullen wij ze direct naar u toesturen.

1e rijles op eigen opgeknapte brommers van de Sleutelgroep Kamerik

Op vrijdag 13 april 2012 heeft de “Sleutelgroep Kamerik “ voor het eerst haar opgeknapte bromfietsen – Mini Byke – Honda MTX ( Honda MTX werdt in verschillende stukken aangeleverd) en een Batavert  op een gesloten terrein op de boerderij van Habben Janssen te Kamerik – onder begeleidding van een Motorinstructeur van Alblas , de motoren gestart en gereden.

De jongeren genoten ernorm van het rijplezier

Voor het rijden kregen de jongeren eerst een stukje theorie.

Geimproviceerde theoriescherm in de stal vop de boerderij van de Sleutelgroep Kamerik.

Theorieles.

De volledige reportage is te zien op rplfm.nl

Samenwerking Alblas met IVA handelsonderneming

Vanaf 1 april 2012 gaat Alblas verkeersschool een samenwerkingsverband aan voor onbepaalde tijd voor geheel Nederland met IVA handelsonderneming. Op deze manier hopen beide ondernemingen de consument beter te voorzien van service en scherpere prijzen op de markt neer te zetten waar iedereen van kan profiteren.

Op dit moment is het zelfs al mogelijk om via de webshop van Alblas verkeersschool een scooter te bestellen vanaf € 1049,– waarbij de koper een gratis scooter praktijklesdag inclusief examen t.w.v. € 275,– krijgt. Deze voordelen hopen beide partijen binnenkort nog meer uit te breiden.

Iva handelsonderneming gevestigd in Woerden is een scooter importeur en groothandel tegelijk en is werkzaam binnen heel Nederland. Alblas verkeersschool, bekend van de 7 daagse auto spoedopleidingen in de rode lesauto’s, verleent rijles in alle rijopleidingen en is werkzaam in het hele groene hart van Nederland en bestaat inmiddels 50 jaar. Beide ondernemingen hebben kwaliteit en betrouwbaarheid met een goede service als bindmiddel en hebben grote plannen voor de toekomst. De verwachtingen van een positieve uitwerking van deze samenwerking zijn daarom hoog, aldus dhr. Korlas van Alblas verkeersschool. U kunt meer informatie vinden op www.alblas.net/webshop

 

DOWNLOAD DE KNMV MOTORWEERBERICHT APP

Elke dag het KNMV Motorweerbericht op je telefoon, met cijfers voor het motorweer

per regio, een buienradar en de vooruitzichten. Download nu gratis de app voor je

iPhone of Android in de Appstore of Android Market! Activeren kan eenvoudig met

behulp van je ledennummer.

Bron: KNMV.NL

Motorbeurs trok 93.174 bezoekers

In totaal bezochten 93.174 motorliefhebbers in vier dagen tijd de MOTORbeurs in de Jaarbeurs Utrecht. BOVAG Rijscholen en BOVAG Gemotoriseerde Tweewielerbedrijven organiseerden samen Try the Bike.

Dit concept bleek ook deze editie weer populair. In totaal kregen 400 bezoekers hun eerste motorrijles van ervaren BOVAG-rijinstructeurs. Daarnaast werden nog eens 5.000 waardebonnen uitgedeeld voor een eerste gratis motorrijles bij een deelnemende BOVAG-rijschool.

Het mooie weer zorgde voor een echte seizoensopening en een grote toestroom aan bezoekers per motor. De motorparkeerplaats van de KNMV werd dan ook optimaal benut. Om alle motorfietsen te kunnen stallen werd zelfs een extra beurshal geopend.

Bron: BOVAGkrant 29-02-2012

[Blog] Bijtelling superzuinige auto’s schadelijk

Staatssecretaris Weekers van Financiën wil graag dat superzuinige auto’s vrij van bijtelling zijn. Zo zouden de relatief dure auto’s toch omarmd worden door zakelijke rijders. Dat is goed voor de acceptatie en de infrastructuur rondom elektrisch rijden. Want elektrisch heeft de toekomst, daar zijn de meeste mensen het wel over eens.
Maar begin deze week tekende zich plots een Kamermeerderheid af tegen deze 0%-bijtelling: de coalitiepartijen vinden het principieel onjuist dat er over een auto van de zaak geen belasting betaald wordt. Berijders van superzuinige auto’s (minder dan 50 gram CO2 per kilometer) moeten ook gewoon 7% bijtelling betalen, het laagste tarief.

Steun
Een onwenselijke ontwikkeling, vindt een breed scala aan organisaties, waaronder BOVAG, de ANWB, Stichting Natuur en Milieu en diverse leveranciers en fabrikanten van auto’s en apparatuur. Juist in deze beginfase, nu elektrische auto’s nog prijzig zijn, is extra steun noodzakelijk om de nieuwe techniek tot een succes te maken.
Tot voor kort stond Nederland te boek als pionier op gebied van elektrische mobiliteit. Onze klimaatdoelstellingen zijn ambitieus. De overheid heeft allerlei afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over vergroening. Veel bedrijven hebben daarop fors geïnvesteerd in elektrische mobiliteit.

Investeringen
Dat gaat allemaal overboord. Beloning belasten is blijkbaar belangrijker. Dat is niet alleen zonde, het leidt tot reële schade. Imagoschade van een onbetrouwbare overheid. Reputatieschade onder grote bedrijven, die wel drie keer nadenken voordat ze nieuwe techniek in Nederland uitproberen. En, last but not least, miljoenen aan investeringen gaan in rook op als de uitrol van elektrisch rijden veel langer op zich laat wachten.
Samen met veel organisaties en bedrijven die met elektrische mobiliteit van doen hebben, heeft BOVAG dan ook de Kamer gevraagd de plannen van Weekers ongemoeid te laten. De verwachte 24 miljoen belastinginkomsten in 2015 valt in het niet bij wat een bloeiende elektro-industrie kan opleveren. Elektrisch rijden heeft de toekomst. Die moet je niet uitstellen maar juist omarmen.

Bron:BOVAG

Rotondes

Bron: infopolitie.nl

Gedrag op en bij nadering van een verkeersplein

Art. 47 en 48: Verkeersplein

  1. Het is de bestuurder van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen toegestaan vlak voor of op verkeerspleinen anders dan aan de rechterzijde van de rijbaan te rijden.
  2. Het is bestuurders toegestaan vlak voor of op een verkeersplein rechts in te halen.

Bestuurders die een verkeersplein verlaten moeten het verkeer, dat het plein blijft volgen voor laten gaan (bijv. afslaande personenauto, rechtdoorgaande bromfietser). Dit kan via bebording andersom zijn geregeld.

Hoe de voorrang is geregeld op het plein blijkt uit de borden. Of het plein heeft voorrang, of de toegangswegen hebben voorrang. De borden zullen duidelijkheid moeten geven.

Agent moet eerder wapen trekken

Bron: Politie - Nieuws over de politie  

Agenten krijgen de opdracht om sneller naar hun wapen te grijpen. De wet is niet veranderd, maar agenten zijn bewuster gemaakt van hun bevoegdheden, zegt korpschef Simone Steendijk van regio Zuidoost-Brabant in de Volkskrant.

Binnen de politie is een nieuwe trend zichtbaar waarbij van de agenten wordt gevraagd daadkrachtiger op te treden. Een woordvoerder van de Raad van Korpschefs zegt: “Vroeger waren we terughoudend met geweld. Nu zeggen we: trek eerder je vuurwapen en dreig ermee, vuur desnoods een waarschuwingsschot af.”

Zo moeten alle agenten voor de zomer klaar zijn met de zogenoemde amoktraining, die hen in staat stelt actiever te reageren op een schietpartij zoals bijvoorbeeld in Alphen aan den Rijn. Vorig jaar richtte Tristan van der V. daar in een winkelcentrum een bloedbad aan.

Direct naar binnen

Van agenten wordt in zo’n geval nu verwacht dat zij direct naar binnen gaan en de schutter uitschakelen. Vroeger wachtten zij op de inzet van een aanhoudingsteam.

Gewelddadiger samenleving

Volgens korpschef Steendijk zijn de nieuwe richtlijnen een gevolg van een ‘gewelddadiger samenleving’. “Je kunt niet zeggen dat er meer geweld wordt gebruikt. Zo daalt de geweldscriminaliteit. Maar het geweld wordt grimmiger. En het geweld tegen agenten is toegenomen”, aldus Steendijk in de Volkskrant.

Minister niet gelukkig met voorstel

Sneller je wapen trekken en daarmee ook eerder schieten. Daartoe moedigt de politie hun agenten aan. Minister Ivo Opstelten van Veiligheid vindt het een slecht plan, zei hij maandag op BNR.

Minister Opstelten is niet gelukkig met het voorstel om agenten eerder hun wapen te laten trekken. Ron Looije, woordvoerder van de Raad van Korpschefs: “Je wil voorkomen dat mensen in noodsituaties komen.”

Het idee van politiewoordvoerder Ron Looije, die dat vandaag op BNR toelichtte, valt bij de minister niet in goede aarde.

“Natuurlijk ben ik daar niet gelukkig mee”, reageerde Opstelten maandag op BNR. “Het gaat erom dat de politie altijd in proportionaliteit en professionaliteit moet kunnen handelen en zijn gezag moet laten gelden.”

Wapen trekken

“Je moet het dienstwapen inzetten of het moment dat het nodig en effectief is”, ging Opstelten verder. Volgens hem verschilt het ‘van situatie tot situatie’ of een agent z’n wapen moet trekken of niet. “Het is een buitengewoon moeilijk en lastig vak, dat van diender. Maar het is heel goed dat we de politie in z’n optreden steunen.”

Noodsituaties

Ron Looije, woordvoerder van de Raad van Korpschefs zei eerder vandaag: “Je wil voorkomen dat mensen in noodsituaties komen. Dus als er iemand die verslaafd is op je af komt rennen en je in een ‘split second’ moet beslissen ‘pepperspray of vuurwapen gebruiken?’, kan je er misschien beter voor kiezen het vuurwapen te gebruiken.”

Neerschieten

Looije schetste een ander voorbeeld: “Als je kijkt naar overvallen waarbij je een gewapende overvaller ziet wegrennen, kan je beslissen hem te laten gaan. Maar dat is niet zo handig, omdat je weet dat zo iemand de volgende dag met hetzelfde wapen andere mensen kan bedreigen. Dan kan je er beter voor kiezen zo iemand neer te schieten.”

Erven

Bon: infopolitie.nl 

Wat mag niet en wat mag wel in een erf

Art. 44, 45 en 46: Erven.

Binnen een erf:

  • mogen voetgangers de wegen over de volle breedte gebruiken.
  • mogen bestuurders niet sneller rijden dan stapvoets.
  • mogen bestuurders van een motorvoertuig alleen parkeren op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven.
  • Als een erf is aangeduid als parkeerschijfzone, moet de schijf worden gebruikt.
  • Rechtspraak heeft bepaald, dat stapvoets rijden gelijk staat met 15 km/h.
  • Het parkeren binnen aangeduide weggedeelten geldt ook voor motorfietsen.
  • Of een woonerf wel of niet conform de regels is ingericht, maakt niets uit voor de gebruiker of de parkeerder.
  • Naast het woonerf kent Nederland nu ook 30 km/h gebieden. Dit zijn dus GEEN woonerven.

Auto(snel)wegen

Bron: infopolitie.nl

 Wie mogen de auto(snel)wegen gebruiken en hoe moet die dan gebruikt worden.
Art. 42: Gebruik van auto(snel)weg

Het gebruik van de autosnelweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 60 km/h mag en kan worden gereden.

Het gebruik van de autoweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km/h mag en kan worden gereden.

In eerste instantie was de autoweg gesloten voor voertuigen waarmee ten minste 40 km/h kon en mocht gereden worden. Deze snelheid is opgetrokken vanwege de brommobielen, die 45 km/h mogen rijden. Zij mogen de autoweg dus niet gebruiken.

Art. 43: Verboden op de auto(snel)weg

Het is bestuurders verboden op een auto(snel)weg:

  • te keren of
  • achteruit te rijden
  • op de rijbaan hun voertuig te laten stilstaan.

Weggebruikers mogen de

  • vluchtstrook
  • vluchthaven of
  • berm

niet gebruiken, behoudens noodgevallen.

Vrachtauto’s en samenstellen met lengte van meer dan 7 meter mogen bij een driebaansweg slechts de twee rechtse rijstroken gebruiken, tenzij ze moeten voorsorteren.

  • Indien een personenauto met caravan langer is dan 7 meter, mag de bestuurder de meest linkse rijstrook dus niet gebruiken. (behalve om voor te sorteren)
  • Parkeren op parkeerplaatsen en tankstations is toegestaan, aangezien deze geen deel uitmaken van de auto(snel)weg.
  • Het rijden over de vluchtstrook is door dit artikel ook verboden. Het artikel spreekt over gebruiken.
  • Door de woordkeuze gebruiken, gelden de regels voor het gebruik van de vluchtstrook ook voor voetgangers. Deze mogen zich daar dus niet bevinden, tenzij noodgeval. De rijbaan oversteken naar het tankstation aan de overkant mag dus niet.

Vervoer van kinderen in het buitenland

( Bron: ANWB.NL )

De regels voor het gebruik van kinderzitjes zijn in alle EU landen gebaseerd op dezelfde Europese Richtlijn.

Deze Richtlijn komt er samengevat op neer dat kinderen kleiner dan 1,50 meter vervoerd moeten worden in een goedgekeurd en passend kinderbeveiligingsmiddel. Passend wil zeggen dat het kinderbeveilingsmiddel afgestemd moet zijn op het gewicht en de lengte van het kind (zie schema). Als u hiervan uitgaat bij het reizen door Europa dan zijn er geen problemen te verwachten. Dezelfde Europese Richtlijn biedt ook mogelijkheden voor uitzonderingen. Nederland heeft gebruikt gemaakt van een aantal uitzonderingen. Daardoor kan het voorkomen dat de regels in het buitenland anders en strenger zijn. Hieronder een overzicht van de verschillende Europese landen. Overigens: in elk Europees land is het gebruik van in de auto aanwezige veiligheidsgordels voor alle zitplaatsen verplicht.

Soorten kinderbeveiligingsmiddelen

Welk kinderbeveiligingsmiddel moet u gebruiken? Hieronder een klein overzicht met het antwoord op die vraag.

  • gewicht minder dan 13 kg – een babyautostoeltje
  • gewicht tussen 9 en 18 kg – een kinderautostoeltje
  • gewicht vanaf 15 kg – een zittingverhoger

Let ook op de wijze waarop de fabrikant het gebruik voorschrijft. Alle kinderbeveiligingsmiddelen moeten goedgekeurd zijn volgen ECE-reglement 44/03 of 44/04.

Airbags

Op een zitplaats met een airbag mogen kinderen niet worden vervoerd in een (baby)autostoeltje dat tegen de rijrichting is geplaatst. Dit mag alleen, als de airbag is uitgeschakeld. Of dat uitschakelen mogelijk is en hoe dat moet, staat in de gebruiksaanwijzing van de auto.

Juridisch probleem in buitenland

Wordt u in het buitenland geconfronteerd met een ernstig en spoedeisend juridisch probleem, dan kunt u vanuit het buitenland meteen contact opnemen met onze Alarmjurist. De Alarmjurist is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar op telefoonnummer +31 88 269 72 05. Deze dienst is gratis en exclusief voor leden.

Klik in onderstaande tabel voor meer informatie per land.
(in de paragraaf ‘Kinderen’ staan dan de regels m.b.t. het vervoer van kinderen. Wordt er geen informatie gegeven, dan zijn de regels hetzelfde als in Nederland)

België Noorwegen
Denemarken Oostenrijk
Duitsland Polen
Frankrijk Portugal
Griekenland Spanje
Groot-Brittannië Tsjechië
Italië Zweden
Luxemburg Zwitserland
 

Wat zijn de regels voor het vervoer van kinderen in de auto?

Bron: rijksoverheid.nl

Kinderen tot 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter moeten voorin en achterin de auto in een goedgekeurd autokinderzitje worden vervoerd. Kinderen groter dan 1,35 meter moeten voorin en achterin de auto de autogordel om en mogen als het nodig is een zittingverhoger gebruiken.

Kind voorin of achterin de auto

Kinderen mogen zowel voorin als achterin de auto worden vervoerd. Dit maakt voor de veiligheid weinig verschil. Wel is het veiliger kinderen (baby’s) zo lang mogelijk tegen de rijrichting in te vervoeren.

Definitie autokinderzitje

Een autokinderzitje is een babyautostoeltje, een kinderautostoeltje of een zittingverhoger. Een autokinderzitje moet goedgekeurd zijn volgens Europese veiligheidseisen.

Airbag en vervoer kind

Op een zitplaats met een airbag ervoor mag u een kind niet vervoeren in een babyautostoeltje dat tegen de rijrichting is geplaatst. Dit mag alleen als de airbag is uitgeschakeld. Daarnaast is het verstandig kinderen tot 12 jaar niet bij een ingeschakelde airbag te zetten. Kan het niet anders, zet dan de autostoel zo ver mogelijk naar achteren.

Gordels en kinderzitjes goed gebruiken

Het is verplicht de autogordels en autokinderzitjes te gebruiken op de door de fabrikant voorgeschreven manier. Zo zijn ze ook getest. Gebruiktips voor gordel en kinderzitjes vindt u in de brochureVeilig vervoer van kinderen in de auto.

Gordelverlenger niet toegestaan bij kinderzitje

Het gebruik van een gordelverlenger bij een autokinderzitje is niet toegestaan, omdat er geen zicht is op de kwaliteit ervan. Is de gordel te kort, dan moet u een andere goedgekeurde autogordel laten monteren.

Beperkt gebruik aparte gordelgeleider

Een gordelgeleider (gordelclip) zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel over de schouder loopt en niet over de hals. Een gordelgeleider maakt vaak deel uit van een zittingverhoger. Er zijn ook aparte gordelgeleiders te koop. Een aparte gordelgeleider mag alleen gebruikt worden door:

  • kinderen kleiner dan 1,50 meter waarvoor geen zittingverhoger is omdat ze er te zwaar voor zijn (36 kilo of zwaarder);
  • volwassenen die kleiner zijn dan 1,50 meter.

In alle andere gevallen is het gebruik van een aparte gordelgeleider verboden. Ook mag een aparte gordelgeleider alleen aan het diagonale deel van de autogordel zijn bevestigd. Een gordelgeleider die het heupdeel met het diagonale deel verbindt, is dus altijd verboden.

Regels buitenland voor vervoer van kinderen

De regelgeving voor het vervoer van kinderen in de auto geldt in alle landen die aangesloten zijn bij de Europese Unie (EU). Er kunnen wel verschillen zijn. In sommige landen moeten kinderen onder de 1,50 meter (in plaats van 1,35 meter) een autokinderzitje gebruiken. Ook gelden niet overal alle uitzonderingen. Voor de juiste regels kunt u het beste contact opnemen met de autoriteiten van het betreffende land. Informatie over het gebruik van autokinderzitjes in de belangrijkste vakantielanden van Europa vindt u in het dossier ‘externe link: Vervoer van kinderen in het buitenland‘ op de website van de ANWB.

Voetgangers

Bron: infopolitie.nl

 Dit artikel gaat niet over wat voetgangers mogen, maar welke verplichtingen andere weggebruikers hebben ten opzichte van de voetganger.

Art. 49: Verplichtingen ten opzichte van voetgangers

Bestuurders moeten voor laten gaan:

  1. Blinden, voorzien van geleidestok;
  2. Overige personen, die zich moeilijk voortbewegen;
  3. Voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, die een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan, dit te gaan doen.

Punt 3 geldt niet voor de militaire colonne of de uitvaartstoet. Ook geldt deze regel niet als de oversteek voor de voetgangers en het gehandicaptenvoertuig met verkeerslichten wordt geregeld.

  • Met een voetgangersoversteekplaats wordt alleen het zebrapad bedoeld, elke andere vorm van oversteek heeft deze privileges niet.
  • Blinden en gehinderden moet men ook buiten het voetgangersoversteekplaats voor laten gaan.
  • Een gedeeltelijk weggesleten voetgangersoversteekplaats blijft een voetgangersoversteekplaats (uitspraak Hof Leeuwarden).

Blij e-mail

Vanochtend hebben wij een blije E-mail van een vrouwelijke kandidate ontvangen. Ondanks dat deze  geen 18 jaar meer is, heeft zij toch het velbegeerde rose plastik kaartje behaald.

Het Alblas Team felisiteerd Conchita met haar rijbewijs en wenst haar nog vele veilige km toe.

Inhoud E-mail bericht:

Hallo allemaal, reuze blij dat het vandaag in Utrecht gelukt is ;) )) Bijgaand foto’s waarop mijn goede instructeur Wim, wiens geduld en humor mij op de weg hield, de lesauto van de goede school Alblas en in een hoera-stemming ikzelf. Kees maakte de foto’s, want gelukkig was hij mee naar Utrecht en wachtte met zijn gedichtenbundel en kopje koffie op de prestatie. Hiep hiep hoera!!! 

Alblas mensen Wim, Aart, Belinda, Itsiek en Matthijs: heel erg bedankt! 

Nog net op m’n 60e gehaald, dat is mooi. 

Groetjes, Conchita

WIN EEN MOTOR!

Het bezoeken van de KNMV-stand in hal 12 op de MOTORbeurs, van

23 t/m 26 februari in de Jaarbeurs in Utrecht, zou wel eens

bijzonder lonend kunnen zijn! KNMV Verzekeringen komt met een

spectaculaire actie. Doe thuis via de speciale actiewebsite een

premiecheck en wie weet win jij de KNMV customized Yamaha MT-03! Deze motor is op onze stand te bewonderen.

Ook lonend: het gebruik van de waardebon uit Grip 5. Toon de bon

in combinatie met je ledenpas bij de beurskassa en ontvang € 4,-

korting op de toegangsprijs!

Helemaal gratis naar de MOTORbeurs? Op de KNMV Facebookpagina maak je kans op kaarten. Zorg ervoor dat je deze pagina hebt ‘geliked’ en geef opwww.facebook.com/events/154617951317390/ aan dat je naar de MOTORbeurs gaat. Onder alle deelnemers aan dit ‘evenement’ verloten wij 10x 2 kaarten. 

Klik hier voor meer informatie over de activiteiten op de KNMV-stand!

Bron:KNMV.nl